

Door:
Sander Koop ©
Sander Koop
terug naar home
Hoofdstukken:
1.
INLEIDING.
2. BELANGRIJKE KNOPEN.
3. SOORTEN JORRINGEN.
4. DE CONSTUCTIES.
5. SPLITSEN.
Snelkoppeling naar de volgende knopen en steken:
1. INLEIDING.
Welkom op deze workshop,
ik ga proberen om jullie wat meer bij te brengen op het gebied van knopen
en pionieren.
De plaatjes die gebruikt zijn komen uit verschillende naslagwerken die te
vinden zijn in de Scoutshop, waaronder
het boek "Pionieren" en "Knopen en steken voor watersporters"
van Floris Hin.
Het stukje over de verschillende materialen sla ik even over als jullie daar
vragen over hebben kunnen jullie die straks stellen (mailen).
Op het papier dat jullie voor je hebben liggen, kunnen jullie aantekeningen
en vragen noteren.
Aan het einde van deze presentatie wil ik in twee of drie tallen iets gaan
pionieren, wel in het klein, dan kunnen jullie je goed concentreren op de
knopen.
Zo nu eerst even wat knopen.
2. KNOPEN, STEKEN, WORPEN
EN
HUN GEBRUIK.
Ik zal eerst een opsomming
van een aantal makkelijke knopen geven die ik niet ga behandelen omdat deze
te "makkelijk"zijn.
1. Enkele knoop
2. Achtknoop
3. Platte knoop
Nu de iets belangrijkere knopen:
Deze wordt in tegenstelling
tot de Platte knoop (welke alleen geschikt is voor touwen van gelijke dikte)
gebruikt om twee touwen van gelijke èn van verschillende dikte
aan elkaar te knopen. Deze knoop is een betere variant dan de platte knoop
omdat deze knoop meer kracht kan hebben. Ook is deze geschikt om touw aan
staaldraad te verbinden.
Maak met het dikste
touw een lus en ga nu met het dunnere touw door de lus en om de lus heen.
Ga nu onder het dunne touwtje door.
Om de dubbele schootsteek te maken gaan we nog een keer rond de dikke lus,
en onder het dunne touwtje door.
Zorg ervoor dat de lange einden aan dezelfde kant zitten! Zo niet dan laat
deze "linkse schoorsteek" bij sterke krachten sneller los.


![]()

5. De Mastworp & mastworp met voorslag.
Deze wordt gebruik om
een touw aan een paal vast te maken.
Ik behandel alleen deze mannier maar er is ook nog een andere manier.
Sla het touw om de paal, ga met het uit einde van onder het touw naar boven
om de paal heen zie plaatje 3-4. Ga nu boven het lange touw onder het gekruiste
touw door zie plaatje 4-5.
De Mastworp met voorslag is iets veiliger en kan meer belasting verdragen.zie
plaatjes A-F
Het verschil met de Mastworp is dat bij deze worp een extra slag om de paal
word gemaakt voor dat deze naar boven gaat.

6. De Constictorknoop & Zakknoop.
De constrictorknoop en
de Zakknoop lijken erg op elkaar, maar als je goed kijkt is er weldegelijk
een verschil.
Zo als je bij de constictorknoop kunt zien bij B, gaat hij hier onder beide
door, bij de zakknoop gaat hij eerst over dan onderdoor.
De constrictorknoop is bij dun touw moeilijk los te krijgen.
De zakknoop is speciaal geschikt voor glad synthetisch touw.

De paalsteek is een van
de meest gebruikte steken om een goede lus te maken. Door eerst een "vijvertje"
te maken (lus) dan met het uit einde "het slangetje" onder de vijver
door dan recht om "de boom" (het touw dat vast zit) en terug de
vijver in.(het uiteinde in de lus)
Dit is de Hollandse paalsteek. De Engelse gaat links om de boom heen, nu ligt
het uiteinde buiten de lus!
Als je snel een touw om
een paal wilt maken welke je weg wilt slepen, dan kan je de timmersteek gebruiken.
Deze steek wordt ook gebruikt bij de diagonaal sjorring verder in deze workshop.
Door om de paal heen te gaan en dan om het touw heen terug slaan, nu het uiteinde
een aantal malen om zichzelf heen te draaien.
Het is slim om een timmersteek met muilslag te gebruiken.
Dit is een extra veiligheid en je sleept nu in de lengte richting.
/////////////
De werplijnsteek wordt
voornamelijk gebruikt om dunne lijnen te verbinden met dikke scheepstrossen.
Is er dus een zeer groot verschil in diameter gebruik dan niet de (dubbele)
schootsteek, maar de werpankersteek.

De trompetsteek wordt
gebruikt om een lijn in te korten.
Ook kun je zo een zwak stuk van een touw (gebroken streng) tijdelijk overbruggen.
Maak eerst een zigzag lus zodat je twee lussen krijgt, leg nu om beide kanten
een halve steek om deze lussen. Om te voorkomen dat de lussen los komen te
hangen, kan je het uiteinde van de touwen door de lus heen halen of een knijper
aan te brengen.
een knijper
touwen
door de lus
De vrachtrijdersteek is
een variant op de trompet steek maar heeft een totaal ander doel.
Deze steek is bedoeld om zonder blokken een touw redelijk strak te kunnen
trekken.
Door het eerste gedeelte van de trompet steek niet geheel af te maken, maar
bij de eerste lus het touw door het ontstane oog te halen ontstaat er een
knoop nu het andere gedeelte om een boom heen net als op het volgende plaatje.
Hoe korter en verder de grote lus van de boom is hoe strakker hij te trekken
is.

3. SJORRINGEN EN HUN GEBRUIK.
De sjorring is bedoeld
om twee of meer palen aan elkaar vast te maken met behulp van een touw. Er
zijn verschillende sjorringen, elk heeft een eigen doel en is dus eigelijk
alleen daar voor te gebruiken.
Het is dus belangrijk dat je weet waar je welke sjorring moet toepassen. Om
er voor te zorgen dat een sjorring veilig is moet je een paar dingen onthouden.
Een sjorring moet netjes zijn.
Een sjorring moet strak zitten.
De touwen in de zelfde richting liggen netjes naast elkaar, of ze liggen "haaks"
op elkaar,
Maak je eerste knoop altijd
op het dragende deel. Tegengesteld vanwaar de kracht naar toe gaat.
Gebruik liever een mastworp met voorslag om te beginnen, dan een mastworp,
deze is betrouwbaarder.
Besteed tijd aan het maken van een sjorring. Hoe nauwkeuriger de sjorring
gemaakt is des te betrouwbaarder is hij.
Tip:
Gebruik een extra paal onder de palen welke je gaat sjorren zodat je ruimte
hebt tussen de grond en de palen.

De kruissjorring is een
van de meest gemaakte sjorringen. Deze is bedoeld om twee palen aan elkaar
vast te maken, welke niet meer van stand hoeven te veranderen. Je kunt deze
sjorring zowel bij loodrechte en niet loodrechte verbindingen gebruiken.
Je begint met het leggen van de worp onder de paal (druk gaat meestal van
boven naar onder!).
Zorg ervoor dat de worp haaks op de horizontale paal (welke we vast willen
maken) legt. Zie tekeningen. Sla nu het touw om de palen, zoals op de tekeningen.
Zorg ervoor dat je, als je helemaal rond bent, onder de mastworp blijft.
Nu ga je schuin naar binnen ( horizontale paal) nu weer buiten langs (verticale
paal)herhaal dit (binnen- buiten)ongeveer drie keer. Trek bij ieder rondje
het touw goed strak!

Nu gaan we woelen,
dit is het strak aan spannen van de sjorring.
We komen onder de mastworp uit en dan gaan we half rond om de verticale paal.nu
recht omhoog tussen de twee palen. We gaan nu van de kant van de verticale
paal naar de horizontale paal drie keer woelen. Trek elke woeling zo strak
mogelijk aan!! Dit maakt de sjorring sterk.

Tot slot werken we de
sjorring af met een mastworp op de horizontale paal. Als op de tekening aan
gegeven gaan we eerst onder het eigen touw door dan nog een keer om de paal
en weer onder zichzelf door.
Leer deze sjorring uit je hoofd. Hij is makkelijk en zeer bruikbaar voor van
alles.

De diagonaalsjorring kun
je gebruiken om twee palen die elkaar kruisen, tegen elkaar te trekken en
te verbinden. zie het volgende
plaatje.
Je begint
de diagonaalsjorring met ....
de timmersteek om beide palen heen
deze aantrekken tot beide palen tegen
elkaar zitten. maak nu een aantal
slagen om de palen, haaks op de
trekrichting, zie plaatjes.

Nu gaan we langs de andere
kant om de palen.
Als we dit gedaan hebben gaan we weer woelen tussen de twee palen.

Als laatste maken we de sjorring af met een mastworp op een van beide palen.
Een heel andere sjorring
is de vorksjorring. Dit is een van de makkelijkste sjorringen die er is. Deze
is bedoeld voor het vast maken van twee naast elkaar zittende palen.door de
palen te bewegen ontstaat er een vork effect.
Deze sjorring maken we door twee palen naast elkaar te leggen.
ZORG ERVOOR DAT DE ONDERKANTEN GELIJK LIGGEN.
Maak een mastworp om een van de twee palen, op ongeveer 30 a 40 cm van boven.
Sla nu het touw 7 keer om beide palen. Bij teveel slagen kunnen de twee palen
minder makkelijk scharnieren.
Zorg ervoor dat je aan de kant van de mastworp eindigt om de woeling te maken
zo kun je van de mast worp kant naar de andere paal woelen, maak, als laatste
een mastworp om de andere paal, boven de sjorring.
zie plaatje
De 8-vormige sjorring wordt gebruikt om 3 of 4 palen met elkaar te verbinden. Deze zullen later drie- of vierpoot genoemd worden.
Voor je gaat beginnen, moet je de palen met de onderkanten gelijk leggen. Leg de palen op een andere paal zodat je een ruimte krijgt om makkelijker te knopen.

Begin met een mastworp
om een van de buitenste twee palen. Ongeveer 50 cm onder de top.
Leg de mastworp met voorslag, zodat je recht over de eerste paal gaat met
het touw. Ga nu om en om, onder en boven de palen naar boven (in een 8
vorm).

Zorg weer dat je aan de
kant van de mastworp uit komt als je na 4 of 5 slagen gaat woelen.De eerste
woeling begint boven bij de bij de mastworp.
ZORG ER VOOR DAT JE NOOIT TOUWEN GEKRUIST AAN BRENGT. Leg de woelingen netjes
naast elkaar, ongeveer drie keer dan weer boven langs om de paal dan weer
netjes, maar strak woelen. Als laatste een mastworp om de andere buitenste
paal aan de bovenkant.
Wil je een drie poot maken met twee palen bijna verticaal omhoog, dan moet je de middelste paal aan de onderkant uit laten steken. Hoever is afhankelijk van de lengte. probeer maar eens uit.
De steigersjorring wordt
gebruikt om twee palen in elkaars verlengde te verbinden. Zo'n verbinding
bestaat ALTIJD uit twee steigersjorringen.
Bij elk uiteinde van een paal komt een steigersjorring.

Begin met een mastworp
in het midden van het touw om de twee palen heen. Sla nu de twee uiteinde
tegen gesteld om de palen heen. Zorg ervoor dat er aan een kant de touwen
netjes naast elkaar liggen, en aan de andere kant gekruist. De uiteinden maken
we vast met een platte knoop.
Dit doen we dus twee keer.


Zoals je ziet wordt er bij deze sjorring GEEN woeling gemaakt. Hier nemen
de wiggen de taak van de woeling over. Dit omdat er geen plaats is voor een
woeling. Sla de wiggen goed vast!
De steigersjorring is
moeilijk goed te maken! Om dat er vaak veel kracht op deze sjorring komt kan
deze losser komen te zitten. CONTROLEER dan regelmatig deze sjorringen!
Gebruik het liefst langere palen om te voorkomen deze sjorring toe te passen.
4. DE CONSTRUTIES.
Zo nu ben je instaat om
eenvoudige pionier werken te maken, maar we moeten ook nog even wat over de
constructie vertellen. Je kan namelijk niet zomaar van alles aan elkaar knopen
en hopen dat het blijft staan.
Je moet onthouden dat een sjorring altijd een scharnierende verbinding is.
Als je een stevige constructie wilt maken moet je werken met driehoeken! Hiermee
krijg je een niet bewegend pionierobject.
laten we deze vierkante toren nemen:

Deze toren zal bij belasting gaan wringen, dit is het zijdelings bewegen van
de verschillende delen.

Zorg ervoor dat tegenover
elkaar liggende diagonalen, gekruist worden aan gebracht.
Dit noemen we vakwerkconstructies.
We moeten ook het volgende onthouden:///////////////////
PAAL OP PAAL.
Hier mee bedoelen we dat
je zoveel
mogelijk verbindingen moet laten rusten
op andere palen.

Ook moeten we opletten
bij draaiende delen. Als we een balk in een V moeten laten draaien, dan moeten
we er voor zorgen dat de ruimte tussen de twee lange benen ruim genoeg is
zodat de draaiende balk op de sjorring rust. Je kan groene zeep gebruiken
om de boel soepeler te laten draaien.

5. SPLITSEN.
Splitsen is een speciale
en meestal permanente afwerking van een touw, dan wel om een eind aan een
tamp te maken, dan wel een oog of twee tampen aan elkaar.
Ik zal alleen het splitsen met een 3- strengs touw behandelen, om een 4- strengs
touw te splitsen moet je veel oefening genoten hebben.
Een andere manier om een tamp te bezetten, is met zo gehete takelingen. Ik zal na het splitsen, 3 verschillende takelingen uit leggen.
1. De Eindsplits of Spaanse takeling.
Eerst een nadeel van de eindsplits, bij het maken van een eind splits ontstaat er altijd een verdikking in het touw. Houd hier rekening mee als hij door een katrol of blok moet.
We beginnen met het maken van een kruisknoop. Draai eerst het einde van het touw uit elkaar, ongeveer 25 cm. De kruisknoop gaat als op het hieronder getekende figuur, trek de uiteinden goed strak aan.

Deze kruisknoop maak je door ieder uiteinde onder elk ander uiteinde te halen
(in de richting van het touw).
Nu gaan we terug vlechten. We vlechten tegen de richting van het touw in.
Zorg er hierbij voor dat ieder uiteinde onder zichzelf door gaat!
Vlecht nu door zodat je steeds over een streng gaat en dan weer onder een
streng.
Doe dit tot de uiteindes op zijn, nu kun je deze afknippen.

Rol nu de eindsplits stevig tussen je twee handen.
Het maken van een oogsplits
gaat als volgt:
Draai aan het uiteinde van de tamp ongeveer 20 cm de strengen uit elkaar.
Maak hier met een ander touwtje een takeling of mast worp, om verder uitdraaien
te voorkomen. Dit eind wordt het "Werkend eind" genoemd. Bepaal
nu hoe groot het oog moet worden. En draai hier het "staand eind"
wat uit elkaar. Zie plaatje:

BEGIN ALTIJD MET DE MIDDELSTE STRENG (B)
Steek nu (B) over het staande eind tegen de draairichting in onder (b) door.
Deze goed aan trekken.
Steek nu (A) over (b) onder (a) door (tegen de draairichting in)

Voordat je C kunt steken,
moet je eerst je oog omdraaien.
Steek nu C onder (c) door.
Nu heb je het lastigste stuk gehad. Ga nu zoals bij de eindsplits door met
vlechten. Over-onder-over.
Als je de uiteinden hebt afgeknipt, kun je de mastworp of takeling weg halen.
We kennen ook nog de korte splits deze ga ik alleen niet behandelen omdat ij deze eigelijk nooit gebruiken. Hij is bedoeld om twee einden aan elkaar te maken.
Ik ga twee meest gebruikte
takelingen bespreken.
1. eenvoudige takeling 1
Zoals de naam al aan geeft is dit een eenvoudige takeling. Deze is bedoeld
om snel in noodgevallen een takeling te leggen.
Hij schuift makkelijk van het touw, zorg er dus voor dat je hem strak uitvoert.
Gebruik voor de takeling een metselkoord of iets dergelijk.
Maak een lus in de lengte richting van het touw.
Sla nu vanonder naar boven (oog van de lus) het uiteinde van het metselkoord
om de tamp, tot je bij het oog je bent.
Ga nu met het uiteinde door het oogje en trek nu aan het lange uiteinde van
de lus. Trek het uiteinde door tot het midden van de takeling. Knip nu de
uiteindes af.

Maak de takeling niet te lang, deze wordt dan weer te slap en verliest zijn nut.
2. De Eenvoudige zeilmakerstakeling.
Dit is een betere takeling.
Is ook iets moeilijker.
Draai het touw een stukje uit elkaar en leg er met het metselkoord een lus
in, op de wijze van tekening 1.
Draai nu de stengen weer in elkaar, en ga je met (b) vanonder naar boven strak
om de tamp omhoog. Figuur 2.
Doe nu de lus om streng 1 (figuur 3) en trek de lus met (a) strak. tot slot
knoop je (a) en (b) vast met een platte knoop. De platte knoop moet in het
midden van de strengen zitten (figuur 4)

